Vierde expertmeeting Platform publiek- en privaatrecht in dialoog

Op 30 september 2022 vindt in Den Haag de vierde expertmeeting van het Platform plaats. Het onderwerp van deze meeting is:

Goederen met een publieke bestemming naar publiek- en privaatrecht: (private) eigendom en algemeen belang

Centraal staat het opsporen van eventuele verschillen tussen publiekrecht en privaatrecht en mogelijke fricties die daarvan het gevolg (kunnen) zijn, naast de vraag op welke punten publiekrecht en privaatrecht van elkaar kunnen leren.

Toelichting

Een aanzienlijk aantal goederen heeft een publieke bestemming. Bij goederen met een publieke bestemming kan in de eerste plaats worden gedacht aan openbare zaken, dat wil zeggen zaken die bestemd zijn voor gebruik door eenieder, zoals openbare wegen en openbare wateren. Daarnaast zijn er de goederen die bestemd zijn voor de publieke of openbare dienst. Hierbij gaat het om alle middelen die de overheid voor de uitoefening van haar publieke taak gebruikt. Dus van het stadhuis tot ontwikkelingsgelden en bescheiden die deel uitmaken van een strafdossier. In het Belgische recht behoren zaken die tot openbaar gebruik bestemd zijn én eigendom zijn van een publiekrechtelijke rechtspersoon tot het  openbaar domein waardoor ze in zekere mate beschermd zijn. Het – vaak fel bekritiseerde – openbaar domeinregime is daarentegen, volgens de meerderheid van de rechtsleer, niet van toepassing indien de zaak eigendom is van een particulier. In dat geval hangt de mate van bescherming van het openbaar gebruik veel meer af van de concrete zaak en soms zelfs van het concrete geval. In het Nederlandse recht wordt ervan uitgegaan dat het openbaar karakter van goederen, ook als deze geen eigendom zijn van een overheid, in zekere mate is beschermd. Interessant is om te onderzoeken hoe het in Nederland en België naar publiek- en privaatrecht precies zit met de openbare zaken/het openbaar domein en de bescherming van het karakter daarvan; voorts of er ook voor andere goederen gevolgen aan de publieke bestemming zijn verbonden, bijvoorbeeld de mate waarin beslag/verhaal daarop mogelijk zijn. Welke verschillen en gelijkenissen bestaan er tussen Nederland en België en wat kunnen we van elkaar leren? De rol van artikel 1 van het Eerste Protocol en andere grondrechten mag daarbij niet uit het oog worden verloren. Ten slotte rijst de vraag of er in Nederland en/of België nog sprake is van fricties in de wisselwerking tussen publiekrecht en privaatrecht en of er behoefte bestaat aan (nadere) regulering hetzij in algemene hetzij in bijzondere, meer specifieke zin.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Derde expertmeeting Platform publiek- en privaatrecht in dialoog

Op 15 oktober 2021 vond in Brussel de derde expertmeeting van het Platform plaats. Het onderwerp van deze meeting is:

Verhaal van door de overheid bij haar taakuitoefening gemaakte kosten: wetgever of rechter?

Centraal stond het opsporen van eventuele verschillen tussen publiekrecht en privaatrecht en mogelijke fricties die daarvan het gevolg (kunnen) zijn, naast de vraag op welke punten publiekrecht en privaatrecht van elkaar kunnen leren.

Toelichting
Bij haar taakuitoefening maakt de overheid tal van – eventueel voor verhaal in aanmerking komende – kosten (denk bijvoorbeeld aan de kosten veroorzaakt door belasting- en premiefraude, valse aangiften, bommeldingen, de kosten van het begaanbaar houden van de openbare weg en scheepvaartroutes, het tegengaan van oppervlaktewaterverontreiniging door het lozen van stoffen, de kosten van opruiming van gedumpt drugsafval en van nablussen van brand). Regelmatig doet zich de vraag voor welke mogelijkheden het recht biedt om dergelijke kosten te verhalen. Soms voorziet de wet in kostenverhaal, maar dat is niet steeds het geval. Als er geen wet is die in de bevoegdheid tot kostenverhaal voorziet (en ook de wetsgeschiedenis zwijgt), is er dan wel of geen plaats voor doorberekening van kosten en in bevestigend geval, onder welke omstandigheden is kostenverhaal dan mogelijk dan wel zou kostenverhaal mogelijk moeten zijn? Gegeven actuele casus in Nederland over bijvoorbeeld dumping van drugsafval en (fiscale) systeemfraude en in België over milieuschade, is het tijd voor een fundamentele benadering van deze – klassieke – problematiek vanuit publiek- en privaatrecht.

Klik hier voor de vraagpunten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweede expertmeeting Platform publiek- en privaatrecht in dialoog

Op  21 mei 2021 vond – vanwege Covid-19 online – de tweede expertmeeting van het Platform plaats. Het onderwerp van deze meeting was:

De polsstok van de beginselen van behoorlijk bestuur: export en reflexwerking?

Centraal stond het opsporen van eventuele verschillen tussen publiekrecht en privaatrecht en mogelijke fricties die daarvan het gevolg (kunnen) zijn, naast de vraag op welke punten publiekrecht en privaatrecht van elkaar kunnen leren.

Toelichting
De eerste rechtspraak in Nederland over de gelding van de beginselen van behoorlijk bestuur ook bij het uitoefenen van privaatrechtelijke bevoegdheden door overheidslichamen is alweer ruim dertig jaar oud. Gegeven het voortgeschreden gebruik door de overheid van privaatrechtelijke instrumenten/privaatrechtelijke actoren bij de vervulling van taken van algemeen belang, is het relevant te bezien of en zo ja, in hoeverre die rechtspraak zich in de laatste decennia in Nederland en België heeft ontwikkeld.

Klik hier voor de vraagpunten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eerste expertmeeting Platform publiek- en privaatrecht in dialoog

Op 4 oktober 2019 vond in Den Haag de eerste expertmeeting van het Platform plaats. Het onderwerp van deze meeting was:

Naar een eenvormige(r) toetsing?
Maten en gewichten bij omvang, intensiteit en resultaat van rechterlijk toetsen van bestuurshandelen in publiek- en privaatrecht’

Centraal stond het opsporen van eventuele verschillen tussen publiekrecht en privaatrecht en mogelijke fricties die daarvan het gevolg (kunnen) zijn, naast de vraag op welke punten publiekrecht en privaatrecht van elkaar kunnen leren.

Toelichting
De klassieke indeling tussen gebonden en discretionaire bevoegdheden bij de invulling van de rechterlijke toetsing van bestuurshandelen komt steeds vaker op de helling te staan. Onder invloed van supranationale regelgeving, zoals in het bijzonder – het volle rechtsmachtvereiste van – artikel 6 EVRM en fundamentele rechten zoals opgenomen in de artikelen 2, 3 en 8 van het EVRM, bestaat er een tendens om de toetsing te verruimen wat betreft de omvang en tevens te intensiveren, hetgeen de discretionaire marge van het bestuur beperkt. Na vernietiging van besluiten verwijst de bestuursrechter de zaak niet zonder meer terug naar het bevoegd gezag, maar kan hij deze onder omstandigheden ook zelf afdoen. De burgerlijke rechter legt de overheid soms verplichtingen op die haar beslissingsruimte en – vrijheid beperken. Gegeven recente beslissingen is relevant te analyseren, welke de basis vormt voor die ontwikkelingen en te bezien waar nu nog de grenzen liggen.

Klik hier voor de vraagpunten.