Marktregulering en privaatrecht: de puzzel van verzoening

We leven in een tijdperk van grote maatschappelijke uitdagingen. Denk aan klimaatverandering, de digitalisering van markten en toenemende ongelijkheid. Tegelijkertijd kan het recht daarop niet altijd adequaat reageren vanwege diepgewortelde disciplinaire grenzen. Recht en regulering, publiekrecht en privaatrecht, Europees en nationaal recht functioneren vaak in afzonderlijke werelden, waardoor een vruchtbare dialoog tussen hen wordt bemoeilijkt. Mijn boek Market Regulation and Private Law: The Quest for Reconciliation in European Private Law (Cambridge University Press, 2026) biedt een holistisch theoretisch perspectief op de verhouding tussen marktregulering en privaatrecht, met belangrijke implicaties voor zowel het publiekrecht als het privaatrecht.

De spanning tussen marktregulering en privaatrecht

Traditioneel worden rechtsverhoudingen tussen private partijen op de markt beheerst door het privaatrecht. Dit rechtsgebied stelt individuen in staat hun eigen belangen na te streven. Rechtvaardigheid tussen private partijen staat daarbij centraal: het privaatrecht tracht in eerste instantie het evenwicht tussen de belangen van partijen te waarborgen via leerstukken zoals redelijkheid en billijkheid, dwaling en zorgplicht. De handhaving berust daarbij bij benadeelde partijen zelf, die hun rechten voor de civiele rechter kunnen afdwingen.

Naarmate markten sterker gereguleerd zijn geworden, en in het bijzonder onder invloed van het EU-recht, opereert het privaatrecht echter steeds vaker naast marktregulering bij de vormgeving van rechtsverhoudingen tussen marktdeelnemers. Dat geldt voor uiteenlopende terreinen, zoals productveiligheid, consumentenkoop, financiële dienstverlening, mededinging, digitale diensten en kunstmatige intelligentie. Marktregulering verschilt daarbij fundamenteel van het privaatrecht. Zij is primair gericht op het sturen van gedrag ter verwezenlijking van publieke doelstellingen, zoals marktefficiëntie, duurzaamheid, innovatie en consumentenbescherming. Daarbij wordt gebruikgemaakt van zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke instrumenten en wordt de naleving bewaakt door toezichthouders en private partijen.

De botsing tussen het traditionele, op rechtvaardigheid tussen partijen gerichte privaatrecht en de instrumentalistische marktregulering roept tal van vragen op, waaronder de volgende: In hoeverre werken publiekrechtelijke normen door in het privaatrecht? Kan een onderneming voldoen aan haar publiekrechtelijke verplichtingen en toch in strijd handelen met het privaatrecht? Kan een onderneming die deelneemt aan een regulatory sandbox, waarin bepaalde regels tijdelijk worden versoepeld zodat zij kan experimenteren met een nieuw product of dienst, aansprakelijk worden gesteld voor schade die tijdens dit experiment ontstaat? Kunnen benadeelden zich in een civiele procedure beroepen op bevindingen van een toezichthouder? Welke rol kunnen toezichthouders spelen bij de vergoeding van massaschade? Kan een onderneming voor dezelfde normschending zowel een bestuursrechtelijke sanctie opgelegd krijgen als civielrechtelijk aansprakelijk worden gesteld? En kan een klokkenluider die een normovertreding meldt bij een toezichthouder volledige immuniteit genieten tegen civiele aansprakelijkheid?

Achter deze vragen gaan fundamentele spanningen schuil tussen de waarden die aan marktregulering en privaatrecht ten grondslag liggen: het algemeen belang versus rechtvaardigheid tussen partijen, rechtszekerheid versus individuele rechtsbescherming (oftewel individuele billijkheid), en uniformiteit versus diversiteit.

De zoektocht naar verzoening tussen marktregulering en privaatrecht

De centrale vraag van het boek is hoe marktregulering en privaatrecht met elkaar kunnen worden verzoend. Om deze vraag te beantwoorden ontwikkel ik een geïntegreerd theoretisch kader dat inzicht biedt in hun wisselwerking, zowel bij normstelling als bij handhaving, binnen de Europese Unie en daarbuiten. Dit kader ontstaat door marktregulering te bekijken door een privaatrechtelijke bril en het privaatrecht door een regulatoire bril, zowel vanuit een positief als normatief perspectief. Het bouwt voort op wetgeving, jurisprudentie en beleid in verschillende rechtsstelsels, waaronder Nederland en België, en op verschillende rechtsgebieden, zoals het consumentenrecht, mededingingsrecht en financieel recht.

Mijn centrale stelling is dat marktregulering en privaatrecht twee zijden van dezelfde medaille vormen. Verzoening betekent niet dat hun verschillen verdwijnen, maar dat zij op een constructieve manier kunnen samenwerken, met erkenning van hun eigen kenmerken en, waar nodig, afwegingen tussen onderling concurrerende waarden. Dit vergt openheid van beide kanten. Het privaatrecht moet ontvankelijk zijn voor de door publieke belangen ingegeven logica van marktregulering, terwijl marktregulering oog moet hebben voor de relationele logica van het privaatrecht. Grondrechten kunnen daarbij een belangrijke brugfunctie vervullen. Te denken valt aan het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven, het discriminatieverbod en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte.

Juist in een tijd van complexe maatschappelijke uitdagingen is een dergelijke verzoening noodzakelijk. Publiekrecht en privaatrecht hebben elkaar nu harder nodig dan ooit. Het boek beperkt zich niet tot theorie, maar vertaalt deze inzichten ook naar praktische handvatten voor wetgevers, rechters en toezichthouders. Verzoening kan worden gerealiseerd door een reeks stapsgewijze maatregelen op zowel Europees als nationaal niveau. Tegelijkertijd vormt het boek een uitnodiging aan juristen met een publiek- en privaatrechtelijke achtergrond om over traditionele grenzen heen samen te werken aan nieuwe oplossingen voor de uitdagingen van deze tijd. Het Platform voor publiek- en privaatrecht in dialoog biedt daarvoor een uitgelezen forum.

Prof. dr. Olha O. Cherednychenko

Deel dit artikel:
Scroll naar boven