Van partijautonomie naar regulatoire goedkeuring en toezicht
De Belgische energiesector wordt vormgegeven door contracten die op het eerste gezicht vertrouwd ogen: het aansluitingscontract met Elia (de Belgische transmissienetbeheerder), het toegangscontract, overeenkomsten met de BRP (“Balancing Responsible Party”) en BSP (“Balancing Service Provider”), het aansluitingscontract met Fluvius (de Vlaamse distributienetbeheerder) en de Standard Transmission Agreement (hierna: STA) met Fluxys (de Belgische beheerder van het transmissienet voor aardgas). Deze overeenkomsten bevatten partijen, verbintenissen, aansprakelijkheidsclausules, betalingsmechanismen en geschillenregelingen. Toch is hun juridische structuur bijzonder. Zij geven geen individueel onderhandelde commerciële ruim vorm, maar operationaliseren een publiekrechtelijk geordende activiteit: toegang tot, aansluiting op en veilig gebruik van essentiële energie-infrastructuur.
In het klassieke contractenrecht staat partijautonomie centraal. Artikel 5.14 Burgerlijk Wetboek bevestigt dat een contract geldig tot stand komt door wilsovereenstemming. Contractsvrijheid houdt in dat partijen in beginsel bepalen of zij contracteren, met wie en onder welke voorwaarden. Dwingend recht, de openbare orde en de goede trouw begrenzen die vrijheid, maar doen haar niet verdwijnen. Het contract blijft daar primair een instrument van private zelfordening.
Bij gereguleerde energiecontracten verschuift dat uitgangspunt. De contractuele vorm blijft bestaan, maar de inhoud wordt grotendeels vooraf bepaald door wetgeving, technische reglementen, Europese netcodes, tariefmethodologieën en regulatoire goedkeuringen. Het STA van Fluxys is bijvoorbeeld opgesteld overeenkomstig de Gedragscode voor Elektriciteit en goedgekeurd door de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (hierna: “CREG”). Wijzigingen vereisen marktconsultatie en regulatoire goedkeuring voordat zij in werking treden.
Ook de voorwaarden voor BRP’s, BSP’s, scheduling agents (verantwoordelijk voor energieschema’s) en outage planning agents (verantwoordelijk voor onderhouds- en beschikbaarheidsplanning) functioneren als door de netbeheerder uitgewerkte, maar regulatoir goedgekeurde standaardregimes. Vergelijkbare procedures bestaan ook op regionaal niveau.
Overheidstoezicht om te waken over publieke ordeningsdoelstellingen
De energieregulatoren vervullen daarbij een constitutieve rol. CREG, VNR, Brussel Gas Elektriciteit (hierna: “BRUGEL”) en Commission wallonne pour l’Énergie (hierna: “CWaPE”) bewaken dat de standaardcontracten en bijhorende voorwaarden beantwoorden aan wettelijke doelstellingen, zoals transparantie, non-discriminatie, kostengeoriënteerde tarieven, leveringszekerheid, marktintegriteit en technische betrouwbaarheid.
Hun toezicht verleent de gestandaardiseerde contractvoorwaarden een publiekrechtelijke legitimatie die voor individuele onderhandeling in de plaats komt. De regulator beoordeelt niet alleen de overeenstemming met wetgeving, technische reglementen en Europese netcodes, maar ook de verenigbaarheid met de bredere doelstellingen van de energiesector.
Dat toezicht werkt op verschillende niveaus.
Ex ante worden modellen, methodologieën of voorwaarden beoordeeld en, waar vereist, goedgekeurd. Tijdens de uitvoering controleren regulatoren onder meer de toepassing van tarieven en regels inzake toegang, aansluiting, congestie, balancing en gegevensuitwisseling.
Ex post kunnen regulatoren onder meer geschillen beslechten over toegang tot en gebruik van netinfrastructuur, de toepassing van gereguleerde voorwaarden en tarieven, alsook handhavend of corrigerend optreden bij inbreuken op de energieregelgevingDe beperkte onderhandelingspositie van de individuele netgebruiker wordt zo institutioneel gecompenseerd door regulatoir toezicht.
Die aanpak houdt verband met de natuurlijke monopoliekenmerken van energie-infrastructuur. Zonder uniforme voorwaarden zou individuele onderhandeling kunnen leiden tot preferentiële toegang, kruissubsidies, ondoorzichtige aansprakelijkheidsregimes of technische risico’s. Gelijke behandeling, transparantie, leveringszekerheid en netveiligheid vereisen daarom gestandaardiseerde contractuele parameters. Het privaatrechtelijke contract wordt zo een uitvoeringskanaal voor publieke ordeningsdoelstellingen.
Gereguleerde contracten als publieke toetredingscontracten
Publiek- en privaatrecht raken hierdoor met elkaar verweven. De overeenkomst blijft privaatrechtelijk herkenbaar omdat zij door partijen wordt ondertekend en wederkerige verbintenissen bevat. Tegelijk is haar inhoud ingebed in publiekrechtelijke normen, regulatoire besluiten en technische codes.
De contractant kan doorgaans niet onderhandelen over definities, kernverplichtingen, financiële waarborgen, meet- en dataverplichtingen, schorsingsgronden, aansprakelijkheidsbeperkingen, tariefcomponenten of wijzigingsprocedures. Meestal worden alleen toepassingsgegevens ingevuld, zoals identificatie- en toegangspunten, contactpersonen, technische parameters, bankgaranties, planningen en capaciteitsvolumes.
Deze hybride structuur is geen uitsluitend Belgisch verschijnsel, maar vindt mede haar oorsprong in het Unierecht. Private rechtshandelingen worden gebruikt om publiekrechtelijk vastgestelde verplichtingen uniform, efficiënt en afdwingbaar te maken. Het contract vervangt de regulering dus niet, maar vormt haar concrete drager in de verhouding tussen netbeheerder en gebruiker.
Die toetredingslogica verklaart waarom dergelijke overeenkomsten kunnen worden beschouwd als gereguleerde adhesieovereenkomsten. Het relevante wilsmoment bestaat niet in het gezamenlijk vormgeven van rechten en plichten, maar in het aanvaarden van vooraf vastgestelde voorwaarden om een gereguleerde rol uit te oefenen of het net te gebruiken.
Het ontbreken van individuele onderhandelingsmarge is daarbij geen anomalie. De legitimiteit van de contractinhoud berust vooral op procedurele waarborgen, waaronder consultatie, publicatie, regulatoire goedkeuring, non-discriminatie en rechterlijke of administratieve toetsing.
Wisselwerking tussen privaat- en publiekrecht
Het privaatrecht blijft relevant via beginselen zoals goede trouw, zorgvuldige uitvoering, aansprakelijkheid en pacta sunt servanda. Contractuele clausules moeten echter steeds worden toegepast binnen de grenzen van dwingende energieregelgeving en goedgekeurde voorwaarden.
Gereguleerde energiecontracten zijn aldus contracten naar vorm, maar regulatoire instrumenten naar functie. Zij illustreren hoe publiekrechtelijke doelstellingen via privaatrechtelijke rechtsfiguren kunnen worden verwezenlijkt. Voor de rechtspraktijk is het daarom essentieel om telkens te bepalen welke aspecten contractueel blijven en welke door het regulatoire kader worden beheerst. Precies in die wisselwerking liggen de kracht en de juridische complexiteit van het gereguleerde energiecontract.
Dr. Angelo Goethals
Postdoctoral Researcher Energy Law Ghent University
Associate Energy Law Loyens & Loeff
