Een energiek samenspel tussen publiek- en privaatrecht?
De energietransitie is niet alleen een transitie van verbruik uit fossiele naar hernieuwbare bronnen, maar tegelijkertijd ook een maatschappelijke transitie en een transitie in het recht. Er worden steeds meer regels gecreëerd om burgers en bedrijven bij de energietransitie te betrekken. Deze betrokkenheid is nodig voor het behalen van de klimaatdoelstellingen en om het draagvlak voor hernieuwbare energieprojecten te bevorderen. Het hierbij betrekken van burgers en bedrijven is voorts van belang voor het ondervangen van uitdagingen zoals netcongestie. Om knelpunten en vraagstukken binnen de energietransitie op te lossen, zijn een kritische en interdisciplinaire blik op bestaande regels en een energiek samenspel tussen publiek- en privaatrecht nodig. Ik licht dit toe met twee voorbeelden van betrokkenheid van burgers en/of bedrijven bij de energietransitie, namelijk financiële participatie bij hernieuwbare energieprojecten en de ontwikkeling van energiehubs.
Financiële participatie
In het kader van financiële participatie krijgen omwonenden van hernieuwbare energieprojecten de mogelijkheid om hiervan mee te profiteren. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door hen mede-eigenaar te laten worden van het energieproject, of door hen een financieel voordeel toe te kennen, zoals een korting op de aanschaf van zonnepanelen. Financiële participatie ontwikkelt zich in de praktijk. Het privaatrecht is daarbij toonaangevend. Er zijn geen bevoegdheden voor overheden om een bepaald resultaat op het punt van financiële participatie te verlangen, hoewel dergelijke verplichtingen wel regelmatig in decentraal beleid zijn te vinden. Het is dan ook aan projectontwikkelaars, omwonenden en overheden om gezamenlijk afspraken te maken over de vormgeving van financiële participatie. Inmiddels geldt sinds 1 januari 2026 wel artikel 6.12 lid 3 Energiewet, waaruit volgt dat provinciale staten en de gemeenteraad bij verordening kunnen bepalen dat producenten van hernieuwbare energie dienen te motiveren welke inspanningen zij hebben verricht om lokaal eigendom te bevorderen. Ondanks deze bevoegdheid om een motiveringsplicht ten aanzien van financiële participatie in het leven te roepen, blijft het privaatrecht de manier bepalen waarop die vorm krijgt. Het opleggen van resultaatverplichtingen ten aanzien van financiële participatie is daarmee nog steeds niet mogelijk. Gezien de bestuurlijke wens hiertoe blijft daardoor spanning bestaan met de beginselen van legaliteit en specialiteit. Daarnaast leidt het gebrek aan houvast tot rechtsonzekerheid voor betrokkenen en ontstaan grote verschillen tussen projecten voor wat betreft de mate waarin omwonenden kunnen participeren. Om deze knelpunten in het juridisch kader te bestrijden, is mijns inziens een verdergaande wettelijke regeling over financiële participatie wenselijk.
Energiehubs
De Energiewet voorziet ook op andere wijzen in een in (nog) actievere betrokkenheid van burgers bij de energietransitie. Burgers kunnen bijvoorbeeld zelf opgewekte energie delen, opslaan, of omzetten naar andere energiedragers. Mede om netcongestie tegen te gaan, is er een maatschappelijke behoefte om zogeheten energiehubs te ontwikkelen. Kort gezegd gaat het daarbij om een lokaal energiesysteem of samenwerking tussen verschillende partijen op het gebied van energie. Binnen energiehubs kunnen vraag naar en aanbod van energie op elkaar worden afgestemd om zo flexibiliteit op het energienetwerk te creëren. De energiehub is geen juridisch begrip, maar verschillende juridische concepten zijn wel relevant voor de ontwikkeling ervan. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om van oorsprong Europeesrechtelijke concepten zoals ‘actieve afnemer’ (art. 1.1 Energiewet) en ‘energiegemeenschap’ (art. 1.1 jo. art. 2.4 Energiewet) die de positie van (groepen) burgers op de energiemarkt erkennen, of om fysieke infrastructuur zoals het gesloten systeem (art. 1.1 jo. art. 3.7 Energiewet). Terwijl de Energiewet aanknopingspunten bevat voor de ontwikkeling van energiehubs, is ook het contractenrecht zeer relevant voor de ontwikkeling daarvan. Zo is bijvoorbeeld veel te doen geweest over groepstransportovereenkomsten tussen netbeheerders en partijen binnen een energiehub, waarmee grootverbruikers gezamenlijk gebruikmaken van een afgesproken transportcapaciteit. Hiervoor is een juridische basis gecreëerd in artikel 7.8 van de Systeemcode elektriciteit van de ACM. Daarnaast kunnen overeenkomsten gesloten worden voor energiedelen, waarvoor de Energiewet een basis biedt. Een samenspel van publiek- en privaatrecht dient hier dus voor het onder voorwaarden mogelijk maken van het verrichten van gewenste handelingen op de energiemarkt. Er spelen nog veel vragen. Bijvoorbeeld, welke mogelijkheden zijn er voor huishoudens om met elkaar een energiehub vorm te geven? Hoe gaan de wensen voor wat betreft de samenwerking tussen partijen en de energie-infrastructuur samen? En hoe kunnen overheden ondernemers ertoe brengen samen te werken? De vragen die spelen hebben een juridische, maar ook een technische, economische en psychologische dimensie.
Conclusie
In deze blog zijn twee ontwikkelingen naar een grotere betrokkenheid van burgers en bedrijven bij de energietransitie behandeld, namelijk de ontwikkeling van financiële participatie en energiehubs. Beide ontwikkelingen spelen zich af in een veranderende juridische context. In het kader van financiële participatie is mijns inziens een verdergaande publiekrechtelijke bevoegdheid nodig om dwingend te kunnen sturen op de totstandkoming van afspraken en om knelpunten op te lossen. Energiehubs ontwikkelen zich binnen de sterk gereguleerde energiemarkt. Nadere regels van publiekrecht waren hier nodig om bepaald privaatrechtelijk handelen mogelijk te maken, zoals het sluiten van een groepstransportovereenkomst. Uit de voorbeelden van financiële participatie en energiehubs blijkt dat de voortdurende dialoog tussen publiek- en privaatrecht ertoe leidt dat er steeds meer duidelijkheid ontstaat en leemtes in wetgeving worden ondervangen. Hopelijk blijven het publiek- en het privaatrecht in dialoog met elkaar en met andere disciplines, zodat verdere knelpunten worden opgelost.
D.E. Bakker & J. Behrendt, ‘De energiehub nader beschouwd. Mogelijkheden voor vormgeving binnen het Nederlandse juridisch kader’, (nog te publiceren).
Mr. dr. Dorien Bakker
