Klokkenluiders in België: ongelijke bescherming in de publieke en private sector

Klokkenluiders spelen een essentiële rol in de democratische rechtsstaat: ze brengen mistoestanden aan het licht en versterken zo transparantie en verantwoording. Tegelijk stellen zij zich bloot aan aanzienlijke risico’s, zoals ontslag of andere represaillemaatregelen, wat de nood aan een doeltreffend juridisch beschermingskader onderstreept. Opvallend is dat die bescherming zich ongelijk heeft ontwikkeld in de publieke en private sector. In België bestond al sinds het begin van de jaren 2000 een klokkenluidersregeling voor de publieke sector, terwijl een vergelijkbaar kader voor de private sector lange tijd ontbrak. Die lacune was internationaal geen uitzondering: de OESO omschreef in 2016 de bescherming van klokkenluiders in de private sector zelfs als een juridisch vacuüm. Deze blogpost werpt een blik op de huidige gelaagde klokkenluidersbescherming in de publieke en private sector.

Een ruime bescherming op Europees niveau

Met de Klokkenluidersrichtlijn zette de Europese Unie in 2019 een geharmoniseerde juridische bescherming van klokkenluiders op de kaart. De richtlijn voorziet in een minimumbescherming voor klokkenluiders in zowel de publieke als private sector en positioneert de klokkenluidersbescherming expliciet als instrument voor de handhaving van EU-recht (overweging 2). Het materieel toepassingsgebied, zijnde de klokkenluidersmeldingen die beschermd worden, blijft weliswaar beperkt tot een limitatieve lijst van schendingen van EU-recht (bv. overheidsopdrachten en volksgezondheid), inbreuken die de financiële belangen van de Unie schaden en inbreuken in verband met de interne markt (artikel 2).

Parallel hieraan biedt ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bescherming aan klokkenluiders via de vrijheid van meningsuiting, zoals vervat in artikel 10 EVRM. In de zaak Guja t. Moldavië (2008) erkende het Hof deze bescherming voor het eerst en ontwikkelde het criteria voor de belangenafweging in klokkenluiderszaken (de “Guja-criteria”). Het Hof houdt hierbij rekening met de kanalen gebruikt voor de openbaarmaking, de authenticiteit van de informatie, de goede trouw van de klokkenluider, het algemeen belang, de veroorzaakte schade en de ernst van de sanctie. Hoewel de EHRM-rechtspraak initieel betrekking had op de publieke sector, is er recent ook meer rechtspraak tot stand gekomen met betrekking tot de private sector. In 2023 oordeelde de Grote Kamer dat een klokkenluider in de private sector onrechtmatig was ontslagen in het arrest Halet t. Luxemburg.

Een onverantwoord onderscheid tussen publieke en private sector in België?

Waar de Europese wetgeving geen expliciet onderscheid maakt voor de publieke en de private sector, doet België dit – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland en het Verenigd Koninkrijk – wél. Zo bestaan er verschillende regelingen voor de federale publieke sector, de Vlaamse administratie en de federale private sector. Het Belgisch regelgevend kader wordt dan ook als complex en gefragmenteerd omschreven (zie bv. FIRM 2025).

Het onderscheid tussen de publieke en private sector komt in België onder meer tot uiting in het materieel toepassingsgebied. In de regelgeving voor de publieke sector wordt een ruime invulling van beschermde meldingen gehanteerd. Zowel de federale wet voor de publieke sector (artikel 2) als het Bestuursdecreet (artikel III. 60/1, 4°) beschermen meldingen van “integriteitsschendingen” of “inbreuken” zonder beperking tot specifieke gebieden. Volgens de Memorie van Toelichting wilde de Vlaamse decreetgever zo vermijden dat klokkenluiders voor een melding moeten nagaan of ze beschermd zouden zijn. Een ruim toepassingsgebied moet bovendien de handhaving van zowel Europese als Vlaamse regels verbeteren (p. 9).

Voor de private sector ligt het anders: de federale wetgever heeft zich in de wet van 28 november 2022 (artikel 2) beperkt tot de limitatieve lijst uit de Klokkenluidersrichtlijn, zij het met toevoeging van twee nieuwe gebieden: de bestrijding van belastingfraude en de sociale fraudebestrijding. Bijgevolg genieten klokkenluiders die meldingen doen over zaken buiten deze limitatieve lijst niet van deze bescherming.

Deze beperking doet twijfels rijzen omtrent het gelijkheidsbeginsel, aangezien alleen melders van inbreuken uit de limitatieve lijst bescherming genieten, terwijl melders van andere inbreuken onbeschermd blijven. Dit was ook de afdeling Wetgeving van de Raad van State (4.6, p. 200) niet ontgaan. Hoewel datzelfde argument ook werd aangevoerd voor het Belgisch Grondwettelijk Hof, zag het Hof zag hierin echter geen graten. Het Hof oordeelde in november 2024 dat klokkenluiders in de private sector, alhoewel niet beschermd onder de federale wet, immers bescherming onder artikel 10 EVRM kunnen krijgen (B. 40).

Uit het Rule of Law Rapport in 2025 voor België blijkt dat 87% van de klokkenluidersmeldingen uit de private sector buiten het Belgisch wettelijk beschermingskader valt (p. 11). Of artikel 10 EVRM in dat verband een goede uitweg biedt, lijkt niet vanzelfsprekend. De bescherming onder artikel 10 EVRM vereist immers een belangenafweging, terwijl een rechtszekere bescherming net cruciaal is om een chilling effect te vermijden.

Besluit

Hoewel de evolutie op Europees niveau wijst in de richting van een geharmoniseerde bescherming van klokkenluiders, blijft de Belgische regeling gekenmerkt door een dualiteit tussen de publieke en private sector. Dat huidige onderscheid, in het bijzonder het beperktere materiële toepassingsgebied in de private sector, lijkt moeilijk te verzoenen met de doelstelling om klokkenluiders op een gelijkwaardige en rechtszekere manier te beschermen. In een volgende blog willen wij kijken naar de wijze waarop de klokkenluider in Nederland bescherming vindt.

Stien Alen

Steven Lierman

Deze blogpost is gebaseerd op een bijdrage van Stien Alen en Steven Lierman in de Widdershoven-bundel (ALEN S. en LIERMAN S., ‘Bescherming van de AI-klokkenluider in de gelaagde rechtsorde’ in Bestuursrecht langs zelfgekozen paden. Tussen regels en creatie’, Deventer, 2026, 503-513).

Deel dit artikel:
Scroll naar boven